December vorig jaar. Ik lunch met een oude mentor. Iemand die mij kent, mijn wereld, hoe ik denk. Ik vertelde hem wat ik ging bouwen. Vol enthousiasme en energie.
Hij neemt een slok koffie. Kijkt me aan en zei: "Hier gaan mensen niet voor betalen."
Die zin bleef nog weken hangen. Omdat hij gelijk had.
De vraag die je niet hardop stelt
Ken je dat gevoel? Dat je je afvraagt of er eigenlijk wel iemand op jou zit te wachten?
De afgelopen jaren kreeg die vraag er een nieuwe laag bij: AI.
AI draait je analyses. Schrijft je rapportages en maakt je planningen. En binnenkort? Dan pakt hij ook de methode zelf. Het draaiboek waar jij jaren aan hebt gesleuteld en goed in bent geworden.
TNO zei het vorig jaar al. De routinetaken worden als eerste overgenomen. Vreemd genoeg waren dat vaak ook de momenten waarop je even op adem kon komen.
Wat overblijft is zwaarder, complexer en vraagt meer van je. En daaronder ligt bij iedereen dezelfde vraag: doe ik er straks nog toe?
Maak ik mezelf overbodig?
Hier zit de pijn. Als ik anderen leer wat ik kan, als ik mijn manier van werken zo opschrijf dat een machine het kan overnemen, ben ik dan nog nodig?
Het eerlijke antwoord? Wie zijn waarde in alleen de methode stopt, graaft zijn eigen graf. Een methode is kopieerbaar en daarmee overdraagbaar. Dat is het eerste wat een machine pakt.
Geldt voor de adviseur met zijn analysemodel. Geldt voor de programmamanager die zijn rapportage automatiseert en daarna koffie gaat drinken.
Maar daar zat jouw waarde nooit.
Waar de machine vastloopt
Verandering strandt bijna nooit op de techniek. Het strandt op de mensen die het moeten doen.
MIT keek in 2025 wat organisaties terugzagen van de investeringen in AI. Van de veertig miljard dollar werd in 95 procent van de gevallen geen meetbare winst vastgesteld. De techniek werkte prima. De manier van werken eromheen veranderde niet.
AI maakt het technische deel sneller. Daardoor wordt het menselijke deel zwaarder. De mensen die het traject saboteren of het laten slagen.
Ik leerde dat bij de fusie van ABN AMRO Groenbank met ABN AMRO Bank. Onder Europees toezicht. Ik was verantwoordelijk voor de processen en communicatie. De systemen stonden razendsnel. En toen viel het kwartje: een organisatie zet een systeem in een paar weken om. Mensen hebben daar veel langer voor nodig.
Sindsdien laat ik de techniek wachten op de mensen.
Dat gevoel voor timing? Dat heeft een machine niet. Die merkt niet wanneer een groep nog niet klaar is voor de verandering. Verandering verwerken, er betekenis aan geven, dat blijft mensenwerk.
Wij zijn het enige soort dat samenwerkt in bedrijven en landen. Dingen die fysiek niet bestaan maar waar we collectief wel in geloven. Dat geloof groeit uit een gedeeld verhaal. Geen dashboard maakt dat los.
Het moment dat ik het wist
Ondanks die zin aan de lunch ben ik toch begonnen.
De eerste maanden verdwaalde ik in bijzaken. Logo. Huisstijl. Kleuren die niet klopten. Uitstelgedrag in een vermomming.
Toen kwam de eerste sessie. Mensen bouwden met hun handen iets wat ze met woorden nooit hadden gezegd. Binnen tien minuten lag op tafel waar een team maanden omheen had gepraat.
Daar wist ik het. Dit werkt. Dit is wat ik moet doen met mijn kennis en ervaring. Het samenbrengen van organisaties en de mensen die de organisatie maken of breken.
Dat is wat mijn mentor over het hoofd zag. En wat de angst voor AI ook mist. Mijn waarde zit in wat ik aanvoel onder het gedrag van een groep. Het kunstje kan iedereen leren. Ik zat aan beide kanten van de tafel. Als degene die de verandering over zich heen kreeg. En als degene die haar moest laten landen.
De vraag die telt
Een machine vraagt zich nooit af of ze er nog toe doet. Die rekent door. Dag en nacht. Zonder twijfel.
Jij stelt die vraag wel. Dat is het meest menselijke aan je. Wie zich dat afvraagt, doet werk waar iets van afhangt.
Betekenis is geen knop die technologie voor je omzet. Die leg je er zelf in. Van ja knikken naar eigenaarschap begint bij jou. Pas dan kun je dat van een team vragen.
Wat blijft er van jouw werk over dat je niet kunt opschrijven?